Taalvrijwilliger Frans Meijer
Het is erg belangrijk dat vluchtelingen Nederlands leren. Voor hen, maar ook voor ons.
Frans Meijer (75) uit Hoevelaken is in zijn werkzame leven ondernemer geweest. In 2010 verkocht hij zijn bedrijf. Sindsdien doet hij vrijwilligerswerk. Via de bibliotheek en het taalhuis gaf hij al les aan anderstaligen:1-op-1 iemand Nederlands leren. Sinds december staat hij ook voor een taalklas van vluchtelingen op de Beurtschipper. Meijer: “Dat is echt ander koek, in zo’n groep. Het niveau verschilt enorm. Maar het is erg belangrijk dat ze Nederlands leren. Voor hen, maar ook voor ons.”

Meijer: “Ik heb een goed lopend bedrijf gehad. We maakten onderdelen voor industriedeuren en deden ook veel internationaal zaken. In die tijd heb ik ook wel les gegeven in techniek en mijn vader was leraar. Dus het zit vast een beetje in het bloed.”
Zo snel mogelijk Nederlands leren
“Ik doe dit uit sociale betrokkenheid, maar ook vooral omdat ik het ontzettend belangrijk vind dat vluchtelingen die in Nederland wonen zo snel mogelijk de taal leren. Het is nu eenmaal een feit: als je niet wat Nederlands spreekt kan je bijna geen baan vinden. En als je geen baan vindt, verdien je geen geld en kun je ook geen bijdrage leveren aan onze gemeenschap. Ik ben ervan overtuigd dat het niet alleen voor hen, maar dus ook voor ons heel belangrijk is om zo snel mogelijk Nederlands te leren.”
“Ik gaf dus al 1-op-1 taalles, maar zo’n groepje les geven is echt wel iets anders. Mijn groepje spreekt geen Engels en dat maakt het ingewikkelder. Ik heb meer voorbereiding nodig voor het maken van speciaal lesmateriaal. Ik doe heel veel met plaatjes en leer hen zo de Nederlandse woorden. Langzaam aan begin je dan met kleine zinnetjes en leer ik ze tellen. In de voorbereiding zoek ik het vaak ook nog even op in hun eigen taal, via google translate. Het helpt toch als ze dat ook even in hun eigen taal zien.”
Enthousiast
“Het begint een familieaangelegenheid te worden. Mijn dochter doet het nu ook. Ik reis nog veel, samen met mijn vrouw, dus ik ben nogal eens weg, maar zo’n les moet natuurlijk wel doorgaan. Dus dan neemt mijn dochter het in die weken over. Zo kunnen de lessen toch steeds doorgaan. En inmiddels heb ik mijn zus ook enthousiast gemaakt.”
“Mijn omgeving reageert heel enthousiast op het feit dat ik dit doe. Ik probeer anderen te bewegen dit ook te doen. Het is gewoon zo belangrijk dat deze mensen zo snel mogelijk een baan kunnen vinden. Daar probeer ik een bijdrage aan te leveren.”